Lachende IJslanders (?)

Steeds vaker zien we IJslandse Honden op foto’s of in het echt voorbij komen waarvan de baasjes zeggen dat ze lachen. Nu is er echter een wezenlijk verschil tussen het daadwerkelijke lachen van een IJslandse Hond en de ongezonde aandoening dat de bovenlip te kort is, waardoor het lijkt alsof de hond (altijd) lacht. Wat ons betreft is het belangrijk dat zo veel mogelijk mensen het verschil herkennen.

Het echte lachen kan er op twee manieren uitzien:

s 2015-05-22 (10)
Deze lach zien we niet vaak bij IJslandse Honden, maar is wel zoals een echte lachende IJslander eruit kan zien.
Meestal wordt hij verkeerd geïnterpreteerd door mensen, doordat het veel lijkt op het dreigend optrekken van de lip. Als je echter de hele lichaamstaal bekijkt, zal er een vriendelijk en breed kwispelend achterlijf aan zitten. Op de foto is Geisli te zien, hij lacht naar mensen als hij hen tegemoet loopt en/of hen begroet. Het is een uiting van blijdschap.
Geisli met een normaal gezicht. Er zijn geen (hoek)tanden van de bovenkaak te zien. Geisli heeft een goede bovenlip.
Hierboven zie je Elska met een lach die elke IJslander laat zien zodra hij ontspannen en tevreden is. Je kunt geen (hoek)tanden van de bovenkaak zien. Elska heeft een goede bovenlip.

Om te voorkomen dat mensen zich onnodig (zo is het namelijk niet bedoeld!!) aangevallen voelen, plaatsen we geen foto’s van IJslandse Honden met een te korte bovenlip. De korte bovenlip komt in verschillende gradaties voor, om het zo even te noemen. Het makkelijkst is het te herkennen als de hond zijn mond in de lach van de rechter foto (Elska) heeft. Bij een goede bovenlip zie je geen tanden van de bovenkaak verschijnen. Bij honden met een korte bovenlip zie je een bepaalde hoeveelheid gebit: van de puntjes van de hoektanden tot het gehele bovengebit. Het lijkt hierdoor alsof de hond lacht, omdat de tanden te zien zijn.
Dit is helaas een ongezonde eigenschap die steeds meer lijkt op te komen, zowel in Nederland als in het buitenland. Er is nog geen onderzoek gedaan naar waar dit vandaan komt en hoe we kunnen voorkomen dat steeds meer honden er last van krijgen.